Rotterdam wordt warmer

Rotterdam wordt warmer

Rotterdam wordt warmer. Waarom bouwen we dan vooral méér steen?

Hittestress is geen probleem van de toekomst. In Rotterdam merken we dat nu al. Van Bergpolder-Zuid tot de Cool en van Bloemhof tot de Tarwewijk. Op warme dagen lopen de temperaturen in versteende straten flink op. Bomen, schaduw en groene plekken zijn op veel plaatsen schaars.

 Tegelijkertijd groeit Rotterdam door. Er komen de komende jaren veel woningen en gebouwen bij. Maar er blijft een belangrijke vraag onderbelicht: “waar is de ruimte voor bomen, water, schaduw en verkoeling?”

 Ga op een warme zomerdag bijvoorbeeld door de Tarwewijk en je merkt het meteen. Bakstenen gevels, stoepen en asfalt voeren de boventoon. Bomen zijn schaars. Een koele plek vinden is niet altijd makkelijk. Op zo’n dag kan een straat voelen als een oven.

Dat is hittestress. En het wordt een steeds groter probleem.

 De zomer van 2026 is een waarschuwing

Van 18 tot en met 29 juni kende Nederland de eerste hittegolf van dit jaar. Volgens het KNMI was deze hitte zonder klimaatverandering vrijwel onmogelijk geweest. De temperaturen lagen landelijk bijna 2 graden hoger dan tijdens een vergelijkbare hittegolf in 2003. Ook de nachten waren uitzonderlijk warm.

De gemeente Rotterdam waarschuwde zelf ook dat steen en asfalt warmte vasthouden. Daardoor kan het in de stad nog warmer aanvoelen. Hitte raakt bovendien niet iedereen op dezelfde manier.

Wie in een groene wijk woont zoals Hillegersberg of makkelijk een koele plek kan opzoeken, kan de hitte beter ontlopen. Wie in een sterk versteende straat woont, heeft die mogelijkheid vaak niet.

Hittestress is daarom ook een kwestie van sociale rechtvaardigheid.

Meer woningen, maar waar blijft het groen?

Rotterdam groeit. Op veel plekken komen meer woningen en gebouwen. Maar verdichting mag geen synoniem worden voor steeds meer steen en het kappen van bomen.

De nieuwe wolkenkrabbers worden gezien als symbool van ambitie en vooruitgang. Maar een stad wordt niet alleen beoordeeld op haar skyline. Een stad wordt vooral ervaren op straatniveau. Daar lopen kinderen naar school, wordt er gespeeld, wachten we op de tram, lopen ouderen en zoeken we een bankje onder de schaduw van een boom.

Juist op straatniveau is ruimte voor verkoeling, groen en een gezonde leefomgeving belangrijk. Bij ieder nieuw plan zou daarom niet alleen moeten worden gekeken naar het aantal woningen. De vraag is vooral of onze stad er klimaatbestendiger én leefbaarder van wordt, zodat ook de volgende generaties hier met plezier kunnen wonen en leven.

Kleine groene veranderingen maken samen een groot verschil

Rotterdam hoeft niet te wachten op grote en dure projecten. Waarom niet per wijk plekken aanwijzen waar bewoners zelf kunnen beslissen over vergroening? In iedere wijk zijn wel plekken waar iets kan veranderen. Een groen plein. Een bomenstraat. Een onthard schoolplein. Een tiny forest of een kleine groene plek tussen woningen. Een enkele plek lijkt misschien klein, maar honderden kleine veranderingen kunnen samen een groot verschil maken.

Groen is geen luxe

Een boom is geen versiering. Een park is geen lege ruimte tussen gebouwen. Bomen zorgen voor schaduw en verkoeling. Groen en een gezonde bodem helpen om regenwater vast te houden. Water en groen geven ruimte aan planten, dieren en mensen. En een groene straat maakt de stad prettiger om in te wonen. Daarom verdient klimaatbestendigheid vanaf het begin een plek in alle ruimtelijke plannen.

Hitte kost geld

Extreme hitte is niet alleen erg vervelend. Het kost ook heel veel geld. In het door NOS/Nieuwsuur aangehaalde artikel waarschuwt Triodos dat extreme hitte de verwachte economische groei van Europa kan wegvagen. Bij hoge temperaturen daalt de arbeidsproductiviteit. Ook transport, energie en industrie kunnen last hebben van extreme hitte. Voor Rotterdam is dat extra belangrijk. Wij zijn een havenstad, een logistieke stad en een industriestad. Een klimaatbestendige stad is daarom geen luxe. Het is noodzakelijk om er prettig te kunnen blijven wonen en werken.

Rotterdam moet anders ambitieus worden

De keuze is dus niet tussen bouwen en natuur. De vraag is wat onze stad nodig heeft om gezond en leefbaar te blijven. Vanuit die basis kunnen we bepalen wat er binnen die ruimte mogelijk is.

Dat betekent dat we niet eerst bepalen hoeveel wolkenkrabbers, bedrijven en wegen we willen bouwen om daarna te kijken wat er nog overblijft voor natuur. De natuur geeft de grenzen waarbinnen we onze stad kunnen ontwikkelen.

Niet alles wat technisch mogelijk is, is daarom ook een goede keuze voor de stad. Dat vraagt om een andere manier van denken over groei. Niet de economie als doel op zichzelf, maar een economie die onze samenleving ondersteunt.

In de Tarwewijk en in veel andere versteende wijken voelen bewoners dagelijks wat verstening betekent. Dat brengt ons bij de belangrijkste vraag: hoe bouwen we een stad waarin mensen ook tijdens de volgende hittegolf prettig en gezond kunnen wonen?

De hitte van deze zomer geeft ons alle reden om daar nu mee te beginnen. Rotterdam hoeft niet minder ambitieus te worden. Rotterdam moet anders ambitieus worden. Een stad waarin de natuur niet achteraf een plek krijgt, maar het vertrekpunt is.

Een Rotterdam dat Natuurlijk durft te denken.