Verbeteren

Rotterdam heeft de afgelopen coalitieperiode de ogen voor de wetenschap gesloten. Er wordt zo ontzettend veel aangedragen door wetenschappers en onderzoekers, deze factsheets kunnen haast niet duidelijker, dat het bijna beschamend is dat hiervan niets in het Rotterdamse beleid voor de fysieke ruimte is terug te zien. En wat denk je van deze mindmap die ook niets aan onduidelijkheid over laat. En IPCC, KNMI, Deltares? Geen van allen maakten indruk. Het struikelblok in Rotterdam is tweeledig en zit hem in kenmerken (werkwijze) van het bestuur:

Het bestuur houdt de oogkleppen op en wil niets weten over natuurontwikkeling (en “brede welvaart”) in de stad.

Het bestuur echoot de ontwikkelaars “we hebben een enorme bouwopgave” en geeft hen nagenoeg carte blanche in de stad, inclusief een illegaal “unsolicited proposal” procedure.

Het helpt daarbij niet dat het Ontwikkelbedrijf van Rotterdam (Stadsontwikkeling) is uitgehold en geen eigen kennis meer heeft waarmee zij het bestuur van adviezen kan voorzien. Het Rotterdams Weerwoord verzet bergen werk, maar fungeert als bliksemafleider: bestuurlijk verandert er niets.

Ook het gebrek aan aspiratie om samen te werken met inwoners draagt niet bij aan breed begrip van wat nodig is. En zo kan het dus gebeuren dat Rotterdam zich ziet geconfronteerd met een door ontwikkelaars zeer gewenste verdichting van de binnenstad, dempen van oude havenbekkens en een hoogbouwgrens van 250 meter. Drie ambities die aangetoond nadelig uitwerken voor de inwoners van de stad.

Monitor Brede Welvaart

Ons eigen Centraal Bureau van de Statistiek doet al jaren onderzoek naar de brede welvaart in Nederland. In deze “Monitor Brede Welvaart” worden er op criteria die door de VN zijn aangedragen scores gegeven. Ook de Rabobank adviseerde in 2016 al met een alternatief voor Bruto Binnenlands Product aan de slag te gaan.

Een meest voordehandliggende verbetering voor het stadsbestuur is om wetenschap en onderzoek direct mee te nemen in beleid en korte lijnen te houden met een aantal hoofdrolspelers in deze groep mensen, zeker ook binnen Stadsontwikkeling. Tegelijkertijd kunnen de ontwikkelaars wat op afstand worden gezet. Zij kunnen uiteraard meepraten, maar pas nadat de visie op de toekomst (omgevingsvisie) is bijgesteld.

In de “Monitor Brede Welwaart” speelt de leefomgeving een heel belangrijke rol. Als je deze monitor combineert met de lopende onderzoeken van de Universiteit van Wageningen kun je een aantal verstrekkende vooruitzichten zien:

  • Hittestress is een snel groeiende bedreiging voor de brede welvaart in stedelijk gebied, niet alleen in de armere delen van stedelijk gebied.
  • Het hitte-eiland effect zorgt ervoor dat de temperatuurstijging in stedelijk gebied twee keer zo snel gaat. 2°C opwarming betekent 4°C opwarming in de stad.
  • Er is een directe relatie tussen hitte-eiland effect en bevolkingsdichtheid (veel meer dan de omvang van stedelijk gebied).
  • Verdamping en schaduw via grote bomen werkt het best tegen hitte.
  • Hiervoor is de beschikbaarheid van zoet water in de omgeving van groot belang.
  • Grote bomen, gecombineerd met struiken en lage begroeiing zorgen daarnaast voor een gezonde bodem en biodiversiteit.
  • De inrichting van de buitenruimte en het grondgebruik is cruciaal voor het bevorderen van de brede welvaart.

Handelingssnelheid

Omdat we spreken van een “CO2 budget” dat ons onder de 1.5°C of 2°C temperatuurstijging houdt, betekent het dat hoe langer we wachten, hoe sneller we over de limiet gaan. Vandaar ook dat IPCC in februari alarmerend klonk met de boodschap dat we bij lange na niet snel genoeg handelen. Zelfs niet voor de 2°C! In 2017 werd ook in een onderzoek bekend dat de temperatuurstijging in steden verdubbelt t.o.v. dit getal. 2°C gemiddeld wordt dus 4°C stijging in Rotterdam. De maatschappelijke kosten (verliezen) kunnen tegen 2100 uitkomen op 10% van het BBP. En dan moet de brede welvaart monitor er nog “overheen”.

Het is voor het nieuwe stadsbestuur niet alleen noodzakelijk om het hitte-eiland effect in Rotterdam snel te verkleinen, maar ook om de CO2 uitstoot veel sneller dan eerder geambieerd naar beneden te brengen. De hoge kosten voor fossiele brandstoffen door de oorlog in Oekraïne helpen momenteel; deze besparingen zijn prijs-gedreven. Dit maakt de weg vrij voor snelle invoering van CO2 beprijzing in Rotterdam, of in ieder geval de vraag aan Den Haag om hier snel mee te starten.

In de bebouwde omgeving (40% van de totale uitstoot) betekent dit focus op hergebruik en laagbouw. Gecombineerd met heel veel groen toevoegen aan de stad, zoals de WUR in 2011 al adviseerde in een onderzoek naar Hitte in de Stad in Rotterdam. Maar ook het terugdraaien van foute beslissingen als woningen van het gas halen, want dat draagt de komende jaren zeker niet bij omdat er nog onvoldoende duurzaam opgewekte stroom is. Hier wordt momenteel heel veel subsidie voor gegeven. Dit hebben wetenschappers al lang aangegeven. Maar als ze niet aan tafel zitten…

Verbeter de omgevingsvisie

De omgevingsvisie begint met onder andere “de trek naar de stad zet door”, en wordt gesproken over het versterken van de “agglomeratiekracht” (dit is de uitkomst van een overleg tussen gemeenten in de zuidelijke randstad). Er “moet” dus veel gebouwd worden! Tegelijk staat er dat klimaat, biodiversiteit en gezondheid een grote zorg is. Hoe dit wordt verenigd wordt in de omgevingsvisie niet duidelijk. Ook ontbreekt het aan criteria, terwijl de Monitor Brede Welvaart ze letterlijk voor je uitschrijft. De Wageningen Universiteit, Raad voor de leefomgeving, RIVM, Deltares, ROER en de omgevingsanalyse van Zuid Holland zeggen allemaal dat verdichten leidt tot verdere afname van leefkwaliteit en biodiversiteit en een toename van klimaatrisico’s, en niet in de minste: hittestress.

Hoe denkt het stadsbestuur met hoogbouw, verdichting en dempen van oppervlaktewater Rotterdam ook maar een klein stukje beter te maken? Waar is de onderbouwing waarmee het college de adviezen van alle experts kan negeren?

Begin dus met het herschrijven van de omgevingsvisie. Neem alle rapporten en adviezen als vertrekpunt, en ga met de inwoners in gesprek over in wat voor stad zij willen leven, binnen de kaders die door de experts worden aangegeven. En maak de vooruitgang meetbaar, bijvoorbeeld met de criteria uit de Monitor Brede welvaart.

Wat te doen, nieuw college?

Er is dus een flinke draai nodig om alleen maar te starten met “verbeteren”. Maar als de draai is gemaakt kan de uitvoering snel gaan versnellen. Draagvlak onder de Rotterdammers werkt dan als katalysator.

Als de ambitie om een “betrouwbare overheid” (coalitieakkoord pagina 27) te zijn zich verlegt van de ontwikkelaars en corporaties naar de inwoners, wat zijn dan mogelijke verbeteringen die het nieuwe college kan inzetten?

Erken de keuzes van het vorige college als keuzes van de ontwikkelaars en niet van de inwoners, volksvertegenwoordigers en klimaatdeskundigen.

~

Spreek niet van een woningbouwopgave (taal van de ontwikkelaars) maar van een wooncrisis en bekijk het probleem in de volle breedte.

~

Bevries alle gebiedsplannen met hoogbouw en waarbij wordt gedempt, gesloopt (voor nieuw) of gekapt (bomen); dit alles werkt hittestress en CO2 uitstoot enorm in de hand.

~

Zet een groep experts, inwoners en raadsleden bij elkaar en zet hen aan het denken over het concept Brede Welvaart in Rotterdam.

~

Maak van Stadsontwikkeling weer een intelligent bedrijf dat niet alleen uitvoert, maar de lokale politiek ook adviseert op basis van eigen eigen klimaatkennis en -onderzoek, aangesloten bij de landelijke kennisinstituten.

~

Plant zoveel mogelijk verschillende bomen op zoveel mogelijk plekken. Deze hebben we over 20 jaar als grote bomen heel hard nodig om de hittestress te bestrijden. Denk ook aan struiken en bloemen.

~

Onderzoek manieren om de havenbekkens te gebruiken als zoetwateropslag. Voor het irrigeren van alle natuur tijdens hete en droge periodes. Hierdoor wordt schaars drinkwater bespaard.

~

Start een M.E.R. procedure voor bevolkingstoename in Rotterdam; hoe veel mensen kunnen er duurzaam in de “delta” leven?

Inspiratie

Wij kunnen elkaar inspireren, zoals ook wij als stichting al geïnspireerd zijn door waardevolle initiatieven in de stad van inwoners. Maar ook lezen wij graag over andere manieren van het inrichting van ons economisch model, zoals het idee om de economie als een donut te zien.

Of een alternatief voor het dwingende cijfer “economische groei” (ofwel Bruto Binnenlands Product): de Genuine Progress Indicator. Deze indicator maakt ook gebruik van een breed scala aan criteria, net als het CBS gebruikt voor het monitoren van Brede Welvaart.

En onderzoek de leegstand in de kantoorgebouwen. Daar zijn in overvloed vierkante meters beschikbaar. Daar zijn vast heel wat woningen van te maken.

0
0